Pages

Wednesday, October 29, 2008

Verdwaald

In het gebied in Georgia waar ik woon, wonen de meeste mensen in zogenaamde subdivisions. En subdivision is eigenlijk niets meer dan een wijk waarin de huizen door dezelfde builder gebouwd zijn, met een naam en een of meerere ingagen waar deze naam vermeld staat op vaak een monumentaal stenen bord, eentje waar meerdere oorlogsmonumenten in Europa nog iets van zouden kunnen leren.

De populariteit van de subdivision hier in het zuiden komt voornamelijk omdat dit gedeelte van Georgia tot zo’n vijftig jaar geleden niet zo heel veel voorstelde. Er waren wat boerderijen, en misschien een paar winkels, en niet veel meer. Met de uitvinding van de airconditioning en de komst van de luchtmachtbasis is dit in rap tempo veranderd. Er stroomden in een keer duizenden mensen het gebied binnen, die allemaal ergens moesten wonen. Dus kochten project ontwikkelaars grote stukken landbouwgrond op voor weinig, en begonnen hier hele wijken op te bouwen. De subdivisions dus. Wij wonen ook in zo’n subdivision, en om eerlijk te zijn weet ik nog niet zo heel goed wat ik er van moet vinden.

De meeste mensen die ik ken vinden het fijn om in een subdivision te wonen. Er rijden maar weinig auto’s, diegenen die voorbij komen moeten heel langzaam rijden, er zijn vaak stoepen (iets dat je aan een gewone straat hier niet zo vaak zal zien), de huizen zijn vaak vrij nieuw, en je woont in negen van de tien keer op een acceptabele afstand van scholen, winkels, en werk. Ik zie zeker het voordeel van een subdivision als je bedenkt dat wanneer je gewoon aan een straat woont die niet “subdivided” is, het best wel eens kan dat de county besluit de weg die voor je deur loopt te verbreden. Dan kun je als huiseigenaar hoog en laag sprinen, maar uiteindelijk wint de county en ben je doodleuk de helft, of meer, van je voortuin kwijt. Ook is het heel goed mogelijk dat het veld of bos naast je huis verkocht wordt, en dat daar een tankstation/mini-mall/kerk/subdivision op gebouwd wordt. En dat zit je daar, in je eens zo rustieke huis. En wederom is er vrij weinig tegen te beginnen. Denk overigens niet dat dit maar weinig zal gebeuren. In de bijna anderhalf jaar dat ik nu in dit gebied woon zijn al twee wegen van twee extra banen voorzien, en zijn er, bij mijn weten, minstens drie mega-kerken, een Publix, en een stripmall bijgebouwd. En wat dus eerst prachtige country homes in het bos waren, zijn nu, sja, prachtige country homes naast een oerlelijk gebouw met heel veel aanloop.

Maar als we heel eerlijk zijn, zouden wij het liefste ergens weggestopt in een bos wonen, zonder buren, en met nog net een verharde weg voor de deur. Een subdivision vinden wij toch net iets te netjes. En dat gevoel komt voornamelijk door het “cookie cutter” effect; het idee dat de huizen in zo’n wijk vaak enorm op elkaar lijken. We hebben nu het geluk dat in onze subdivision geen enkel model huis twee keer staat, en de huizen ook nog eens ver van elkaar af staan, maar dit is eerder de uitzondering dan de regel. Het huis dat wij vorig jaar huurden stond in een wijk waar er maar drie modellen waren. En ook al was elk huis anders wat betreft siding (vinyl of steen), kleur, en luiken, de wijk zag er toch uit als iets dat je uit een legodoos haalt. Dit soort subdivisions herken je ook vaak aan de eindeloze rij witte brievenbussen die als soldaten in het gelid langs de weg staan. Het is, in onze optiek dan, teveel van hetzelfde.

En dat subdivisions nog een ander bijkomend nadeel hebben heb ik gisteren aan den lijve mogen ondervinden. Wat een trainingsloopje van zes mijl (zo’n tien kilometer) moest worden, werd namelijk een lichte uitputtingsslag van acht mijl (dertien kilometer) omdat ik verdwaald raakte in een subdivision. Denk erbij dat het berekoud was gisteren, donker, en ik nog geen avondeten had gehad, en je kan je voorstellen dat ik even niet zo blij was het hele subdivision fenomeen. Op de heenweg ging het prima. Het was nog licht, en ik was blij een nieuwe route in een nieuwe wijk gevonden te hebben. Het was pas op de terugweg dat ik erachter kwam hoe verschrikkelijk de huizen op elkaar leken. Ze waren allemaal van donkerrode baksteen, hadden allemaal witte pilaren, en een dubbele garage. Er waren geen grote bomen om te gebruiken als herkenningspunt, de brievenbussen waren allemaal hetzelfde, en alle auto’s stonden in de garages. Na meerdere keren verkeerd gelopen te zijn (“nee, die grote opblaasbare en verlichte pompoen had ik echt wel onthouden”), en zelfs een paar keer in rondjes (“Goh, daar zie ik alweer die enorme pompoen!”), kwam ik uiteindelijk, hemelzijdank, uit op een grote provinciale weg die ik herkende. Maar ja, toen had ik er al zes mijl opzitten, en moest ik zeker nog twee mijl voor ik thuis zou zijn. Ondertussen was manlief ervan overtuigd dat ik een ongeluk had gehad, en stond al klaar om me te gaan zoeken toen ik om acht uur eindelijk de keuken binnen viel.

Ik kan niet wachten tot we echt in het bos wonen. Voor nu zie ik het maar als een “learning experience”, en heb al een kleine notitie gemaakt: Ga in Amerika nooit hardlopen in een subdivision in het donker.


p.s. For all the lovely Anglophiles: it's about subdivisions and getting lost while running:) I'm sure you'll hear the whole story sooner or later.

2 comments:

Annemiek said...

Ai, dat is even spannend en erg vervelend. Subdivision hebben zo hun voor en nadelen. Als de huizen zo op elkaar lijken, de bomen in een bos lijken ook veel op elkaar hoor :) We zijn hier eens lichtelijk verdwaald in het wildlife gebied vlakbij.
Mobiele telefoon mee, misschien?

Petra said...

Jakkes, eng! Ik zou het ook nog eens eng vinden, omdat er zo weinig straatverlichting is hier. Ik neem zelfs overdag mijn mobieltje mee, zou ik als ik jou was ook doen (ik ben dan zo'n paranoide iemand, die zichzelf een enkel ziet breken ergens midden in het bos ;)) Wij wonen in een oude buurt met stoepen (gelukkig!) en heel veel verschillende architectuur. Maar zulke subdivisions heb je hier natuurlijk ook, vooral verder buiten de stad.