Pages

Tuesday, May 15, 2012

Wo shi a lucky bug

Er zijn heel veel dingen beter aan Nederlandse universiteiten dan in het Amerikaanse hoger onderwijs. Zo denk ik bijvoorbeeld aan betaald verlof. Of het concept "vast contract". Of het volledige gebrek aan zoiets onhandigs als "advisement and registration". Maar als er een ding is dat Amerikaanse universiteiten veel beter kunnen dan hun Nederlandse zusjes, dan is het wel het internationaliseren van de opleiding. Waar men in Nederland dit probeert te realiseren door oerhollandse docenten te dwingen in steenkolen Engels college te geven, of door het jaarlijkse studiereisje van de studievereniging te sponsoren, vertrekken in Amerika gewoon hele vakgroepen met hun programmas voor een zomer naar het buitenland. Wil een student die zomer vakken volgen, dan zal hij of zij dat dus in Costa Rica moeten doen. Of Nigeria. Of Rusland. Of Engeland. Of, zoals in ons geval dit jaar, China.

Jawel, China.

Het heeft wat voeten in aarde gehad, maar deze zomer vertrekt mijn hele afdeling naar China om daar summer school te houden. Dat is even wat anders dan online lesgeven. Of in een gekoeld, donker college les te staan geven aan een groep studenten die net als jij liever bij het zwembad ligt. In plaats daarvan vertrekken drie docenten, waaronder ikzelf, samen met twaalf studenten over niet al te lange tijd, via Detroit, Tokyo, en Bejing naar onze bestemming in Zuid-China. Tussen de excursies en "cultural experiences" door zullen er colleges over Persuasieve communicatie (in China!), Journalistiek in de hedendaagse samenleving (de Chinese!), Het medialandschap (in China!) gegeven worden, en zullen de studenten hopelijk geleerd en cultureel verlicht terug komen.

Natuurlijk is zo'n reisje naar China uberhaupt enorm spannend (wat neem ik mee? wat doe ik aan? en hoe zit dat met internet? geld?), maar als een van drie "echte" volwassenen met de verantwoording over twaalf studenten waarvan het merendeel speciaal voor deze reis een paspoort moest aanvragen, is het vele malen spannender. Want China is geen Amerika, en hoe eerder ze zich dat realiseren, hoe beter.

En daarom hebben we deze week een weeklange orientatie. Van negen tot vier zitten de twaalf studenten en hun docenten in een gekoelde, donkere collegezaal te luisteren naar colleges over de Chinese cultuur, geschiedenis, de do's and don'ts van reizen naar het buitenland (neem genoeg geld mee! zet de roaming van je smartphone uit! draag geen kleding met grote Amerikaanse vlaggen erop! Roep niet bij alles dat het raar/vreemd/stom is!). En leren we Chinees. Elke middag komt er een allerschattigste Chinese vrouw langs om ons de beginselen van de Chinese taal bij te brengen. En mensenkinderen, wat is dat lastig. Er zijn tonen, karakters, en ontzettend veel "z", "sh" ,"ts", en "tch" klanken, en een simpele "slow down" wordt vertaald naar ni ge yi shuo man yi dian ma. Ik verwacht niet dat ook maar een van ons verder gaat komen dan "wo shi kele" (ik wil een cola) in China, maar het beginnetje is er.

En nu, duibuqi, we gaan weer beginnen.

Zaijian!



3 comments:

Elke said...

Spannend avontuur!
Mocht elke student zich hier voor inschrijven? Moet ze daar extra voor betalen?
En misschien kan je eens een fotoverslagje maken van je trip?

Bibi said...

Wat supergaaf! Wou dat ik ook meekon!

Annemiek said...

Hartstikke leuk! Hopelijk heel leerzaam en leuk voor iedereen!