Naast uitdrukkingen zoals “Als je het nu niet kent, ken je het morgen ook niet” en “We hebben een beller!” heb ik van mijn moeder ook het concept “een lekker rommeldagje” geerfd. En vandaag was precies zo’n rommeldag, alleen dan wel met Amerikaanse slag natuurlijk.
Zo is er als eerste de kwestie van wat het ideale rommeldag weer is. Terwijl in mijn herinnering rommeldagen in Nederland altijd plaatsvonden bij bewolkt en regenachtig weer, zouden we er hier niet aan denken om dan te gaan “rommelen”. Die dagen zijn hier zo bijzonder dat we ze “gezellig” noemen, en dan allemaal leuke familiedingen binnenshuis gaan doen. Nee, hier vinden mijn rommeldagen bijna altijd plaats als buiten de zon meedogenloos straalt en het kwik minstens boven de 35 graden komt. Er is niks beter dan binnenshuis allemaal klusjes doen terwijl het buiten niet uit te houden is, alhoewel dit natuurlijk helmeaal tegen het Nederlandse “mooi weer = terras” principe gaat. Maar goed, onder het mom van “If you can’t change your mind, are you sure you still have one” pas ik mij graag aan aan het lokale klimaat.
En uiteraard is de timing niet het enige dat anders is. Terwijl in Nederland een rommeldag voor mij vaak begon met enigzinds uitslapen (het is ten slotte een vrije dag!), beginnen hier de rommeldagen, net als alle andere dagen, toch echt voor dag en dauw. Dit is deels te wijten aan mijn arme manlief, en deels omdat ik als ik nog enige vorm van hardlopen wil uitvoeren zonder een zonnesteek op te lopen, ik voor acht uur weer binnen moet zijn. Naast dat hardlopen nou eenmaal een favoriete bezigheid is, is in mijn wereld een rommeldag nou eenmaal niet compleet zonder een of andere enerverende component. Nu kon ik dit in Nederland makkelijk realiseren met een tochtje op de fiets naar de Albert Heijn, of het flink poetsen van de ramen, hier moet dat toch echt door echt fysieke inspanning, temeer daar ik niet van plan was om minstens twee uur kwijt te zijn met alle horren van de ramen af te wrikken.
In Nederland was een rommeldag voor mij ook niet compleet zoder een flink aantal wasjes en het wegwerken van een onmenselijke berg strijkgoed. Op de momenten dat ik daaraan terug denk, ben ik altijd heel erg dankbaar dat ik in de VS woon, de “convenience society” ten top. Want wat doe ik hier als het tijd is om de werkkleding uit de kast te trekken? Juist. Ik laad de blousjes, blazers, broeken, en rokken in de auto, en rij naar de dichstbijzijnde stomerij. Waarom moeilijk dan als het makkelijk kan?
Andere klusjes blijven wel hetzelfde. Het organiseren van de werkkamer, het plegen van de verplichte telefoontjes naar o.a. de tandarts en de verzekering, en het doorlopen van de laatste verhuisdozen zodat ze van de garage naar de zolder kunnen. Het enige echte verschil is dat ik hier uberhuapt kan spreken over een garage en een zolder, en dat deze zich ook nog eens op redelijke loopafstand van elkaar bevinden. Toen ik in Nederland nog alleen woonde ben ik nooit verder gekomen dan een appartement. Alhoewel dat voor mij destijds ideal was (ik rolde zo uit de keuken de bank voor de TV op), besefte ik me vanochtend hoe gelukkig we zijn dat we in een gebied wonen waar we ons een echt huis kunnen veroorloven. Ja, je sjouwt je wat af, als je iets kwijt bent, ben je echt de pineut, en als ik een kwartje kreeg voor elke dat we “Stop yelling and go into his room if you want to talk to him” tegen de kinderen moeten roepen was ik een rijke vrouw, maar het hebben van een eigen huis is toch echt een zegening die ik me in Nederland niet had kunnen verlooven.
Een echte rommeldag is natuurlijk ook niet compleet zonder het “running errands”, en super-handige, alles-omvattende Amerikaanse uitdrukking die het beste vertaalt kan worden als “Ik stap in de auto en ga allerlei boodschappen en klusjes buitenshuis afhandelen”. Terwijl ik in Nederland voor errands altijd op de fiets sprong, gaat dat hier natuurlijk allemaal met de auto. De afstanden en de hitte laten hier helaas niets anders toe. Maar als ik soms terugdenk aan hoe ik vaak met drie volle boodschappentassen, een rugzak vol spullen en iets zoals een lamp of een tafeltje op de fiets stapte, dan kan dat “helaas” best weggelaten worden.
Bij het einde van een rommeldag hoort natuurlijk makkelijk eten. En alhoewel dit in Nederland vaak een tripje naar de locale friettent betekende, bestaat het avondeten hier vandaag uit een echt Amerikaans “breakfast dinner”. Het is de ideale oplossing als je geen inspiratie meer hebt voor het avondeten: je eet gewoon nog een keer ontbijt. En dan niet die gezonde hap, zoals brinta of cornflakes maar een echt Amerikaans ontbijt compleet met pankcakes, eieren, bacon, en hashbrowns. Het klinkt vast heel bizar, maar ik heb er enorm zin in.
Bon appétit!
2 comments:
Breakfast for dinner doe ik hier ook wel eens :)
Zo'n rommeldag klinkt goed, heb ik hier ook eens nodig!
American breakfast for dinner in Nederland... komt ook regelmatig voor bij mij, heerlijk!
Haha, inderdaad een rommeldagje doen wij als het slecht/minder mooi weer is. Je gaat toch zeker niet rommelen bij mooi weer?
gr, Ineke
Post a Comment