Dag opbergschuur.
Ook al waren we eigenlijk te oud voor het ruim dertig jaar oude programma waar dit de titel van was, toch werd deze uitspraak de afscheidsslogan voor mijn broer en mij. Elke keer als we verhuisden, of na een lang, maar tijdelijk, verblijf uit een huisje weggingen, werd deze uitspraak door een van ons twee gdaan. Ik weet niet of mijn broer hem nog gebruikt, maar voor mij is deze bijna eeuwen-oude uitspraak nog steeds in vogue. En toen we gisteren ons huurhuis opleverde, betrapte ik mezelf er op dat toen ik voor het laatst de deur achter ons dicthtrok, weer “Dag huis, dag tuin, dag opbergschuur”prevelde. Want ondanks dat we maar een jaar in het huis gewoond hebben, was het toch heel even stiekem slikken toen we de sleutels moesten inleveren.
Je zou denken dat iemand die zo vaak verhuisd is, zich niet meer zo snel aan plekken hecht, maar in mijn geval is dat absoluut niet waar. Ik raak bij wijze van spreke al gehecht aan een hotelkamer waar we een paar nachten in verblijven. Vroeger had ik dat ook al. Als we in een nieuw huis kwamen, dan was ik de eerste dag bezig met het inrichten van mijn kamer, en daarna was voor mij de kous af. Dit was “thuis” en klaar. Het “thuisgevoel” is altijd wel direct verbonden geweest met omringd zijn door mijn eigen spulletjes. Maar het hoeft niet veel te zijn; toen we in Duitsland een maand in ons huis woonden terwijl de meubels nog onderweg waren, was ik al tevreden met wat foto’s, een paar kaarsten, en wat andere snuisterijen in de vensterbank. Op vakantie ben ik ook altijd diegene die heel haar tas uitpakt en alles inricht, en allerlei rare dingetjes meesleept zoals theezakjes, en soms zelfs een eigen kussentje. Maar zodra alles zijn plekje heeft, ben ik helemaal senang, en kunen we wat mij betreft zo lang van huis blijven als we willen. Gelukkig deelt manlief mijn “eigen spulletjes” syndroom, en als we verhuizen dan verbazen we vriend en vijand elke keer weer met het feit dat we binnen twee, maximaal drie, dagen alles helemaal uitgepakt en op zijn plek hebben staan. Natuurlijk is dat ook een kwestie van gewoon hard werken, maar voor ons is het ook echt een overlevingsmechanisme. Zodra de huiskamer, keuken, en slaapkamers redelijk ingericht zijn, dan hebben we pas rust.
Ik ben dan ook altijd helemaal verbaasd als er mensen zijn die die behoeftte niet hebben. Zo leeft een collega van mij al een jaar in een appartement dat op een bank, een koffietafel, en een opblaasmatras na, verder helemaal leeg is. Hij en zijn vrouw hebben hun spullen in opslag gedaan hun huis verhuurd, en vinden dit zo wel prima. Een andere collega heeft twee jaar lang in een stacaravan van iemand anders gezeten terwijl hij in
Maar goed, om mijn moeder te citeren, wat anderen doen moeten zij weten. Het enige dat voor mij telt is dat ons huis helemaal ingericht is met al onze eigen spulletjes, en dus helemaal “thuis” is. Wat mij betreft mag het nog wel even
3 comments:
Hey wat grappig, ik heb dat "dag huis, dag tuin, dag opberg schuur" gevoel ook altijd. En zeg dat ook altijd. En ook moet hier alles zo snel mogelijk uitgepakt zijn, om weer dat thuis gevoel te hebben.
Weet jij nog wat voor soort programma dat was? Heb maanden lopen denken wat het was. Kan me alleen iets vaags van Wieteke van Dort herinneren ;-)
Groetjes Petra
Als kind zijn wij enorm veel verhuisd (ook internationaal) en ik herken het gevoel helemaal. Ik heb nooit ergens langer gewoond, dan waar wij nu wonen en wat een heerlijk gevoel. Ik hoop voor jullie, dat je lang in dit huis, tuin en opbergschuur zult blijven.
Ik herken dat gevoel ook wel - ik hecht me ook sterk aan plaatsen, zeker als je er iets bijzonders hebt meegemaakt.
Zo heb ik even traantjes in de ogen gehad toen we (na 5,5 jaar) van onze flat naar ons huis verhuisden en ik op de laatste avond in ons lege apartement stond.
Gek, eigenlijk: je gaat naar iets nieuws, iets groters, beters, waar je heel erg naar uit kijkt, en toch overheerst op dat moment het sentiment uit het verleden.
Ach, zolang je voelt, ben je mens, toch?
Post a Comment